Kinderen | Moederleven | Persoonlijk

Ik werd moeder en… ik werd assertiever

9 december 2017

Het moederschap heeft mij enorm veel  gegeven. Het was niet gepland, het is me overkomen, maar het is wel het beste wat ik kon krijgen: een kind. Zelfs twee, inmiddels. Waar ik vroeger altijd ‘ja’ zei, zeg ik nu heel vaak ‘nee’. Ik ben een stuk assertiever geworden.

 

‘Ja, Ja en Ja’

‘Kun je invallen?’ ‘X is ziek, kun je komen?’ ‘Kun je dit voor me doen?’ ‘Kun je die avond achter de bar staan, we hebben nog iemand nodig.’ ‘Ja’, ‘Ja’ en ‘Ja’. Ik zei eigenlijk altijd wel ja. Ik vind het leuk om anderen te helpen, om me nuttig te maken en me nuttig te voelen. Dat ik er bijzonder weinig voor terugkrijg, nam ik voor lief. Nog steeds wel. Maar ‘nee’ zeggen vond ik enorm moeilijk. Ik wilde niet onaardig overkomen, ergens hoopte ik op een tegenprestatie, ooit. Of ik had het gevoel dat ik dan een reden voor mijn ‘nee’ moest hebben. Op zich had ik toen wel tijd en zo erg vond ik het niet. Wat betreft ben ik als mijn moeder: vooral heel veel geven. Misschien zelfs te veel.

Prioriteit

En toen werd mijn kind geboren. Ineens was iets prioriteit. Dat ‘iets’ is mijn zoon. Vanaf het moment dat hij geboren is, komt alles na mijn zoon. Nu mijn dochter ook geboren is, zijn mijn kinderen beiden mijn prioriteit die voor alles gaan. Toen ik na de geboorte van mijn zoon ging werken via twee uitzendbureaus, ben ik heel vaak gevraagd om extra diensten te werken. Vooral bij de wasserij. Het is productiewerk, en je wordt alleen ingeroosterd als er iemand nodig is. Je bent heel vervangbaar en het is ontzettend onzeker. En toch zei ik heel vaak ‘nee’. Ook weigerde ik twee dagen achter elkaar te werken, want dan zou ik mijn kind twee dagen niet zien. Het zou onzinnig zijn om mijn kind voor een uurtje naar huis te laten komen. Ik herinner me een conversatie met mijn chef heel goed. Hij kwam eens naar me toe en hij zei tegen me dat hij van het uitzendbureau had gehoord dat ik maximaal drie dagen wil werken, en alleen om de dag. Ik gaf aan dat het klopte. Waarop hij zei: ‘Jammer, ik had je graag vijf dagen willen hebben.’ Toch voelde ik geen druk om toch ‘ja’ te zeggen. Ik werkte hard, ik deed enorm mijn best en blijkbaar werd dat gewaardeerd, ook al zei ik vaak ‘nee’ en kon ik zo vervangen worden door genoeg anderen.

Goed doel

Of nog zoiets. Soms staan er van die jongens voor mijn deur om geld op te halen voor een goed doel. Vroeger zou ik heel beleefd naar hun blabla-verhaal luisteren en het heel moeilijk vinden om ‘nee’ te zeggen. Nu zeg ik gelijk dat ik geen interesse heb en dat we het geld zelf heel hard nodig hebben. Doei. Deur dicht. Klaar. Waarom vond ik het vroeger zo lastig?

Mijn zoon heeft me geleerd om ‘nee’  te zeggen. Om me assertiever op te stellen. ‘Nee’ zeggen voelt zeker ook niet verkeerd; ik mag immers mijn grenzen aangeven. Ik betwijfel of ik zonder mijn zoon nu al zo ver zou zijn. Misschien zou ik ‘ja’ blijven zeggen. Misschien zou ik het wel nooit leren. En daarmee ben ik mijn kind heel dankbaar. Zonder hem was ik nog lang niet zo ver als ik nu ben.

 

 

Geef een reactie